26-05-2026

Certificeringsschema en keurmerk voor duurzame winning kokosgrondstoffen

Verantwoord geproduceerd kokosvezel

Kenniscentrum RHP en substraatproducenten hebben een certificeringsschema opgesteld voor duurzaam geproduceerde kokosgrondstoffen bestemd voor teeltsubstraten. Er zijn pilots gedaan in India en Sri Lanka. De bedrijven hier willen doorpakken, maar het kost tijd om de volledige keten mee te krijgen. Er is een cultuurkloof te overbruggen.

In november 2022 werd een breed gedragen convenant ondertekend met verregaande doelstellingen om de milieu-impact van teeltsubstraten te reduceren. De aandacht richtte zich vooral op het verlagen van de milieu-impact van substraten en het toepassen van meer hernieuwbare grondstoffen, waaronder houtvezel en kokosproducten.

“Al ver voor de ondertekening van het convenant zijn er in samenspraak met de branche een certificeringstraject en een keurmerk ontwikkeld om verantwoord gewonnen veen herkenbaar te maken”, vertelt algemeen directeur Martine Holtkamp van RHP. “De meeste Europese veenderijen die leveren aan Nederlandse substraatproducenten zijn inmiddels geauditeerd en gecertificeerd voor het RPP-keurmerk, dat staat voor Responsibly Produced Peat. Dit keurmerk garandeertdat het voor substraat gebruikte veen uit verantwoorde bronnen afkomstig is.”

Certificeringsschema kokos
Veel teeltsubstraten bevatten ook andere grondstoffen, waaronder reststromen uit de verwerking van kokosnoten. “Het aandeel van andere hernieuwbare grondstoffen in teeltsubstraten blijft toenemen en kokos is daarvan een zeer belangrijke”, vervolgt Holtkamp. “Het is geen nieuw product, maar ook voor deze grondstof is het van belang dat er sprake is van een verantwoorde herkomst.”

Substraatproducenten die veel kokosgrondstoffen verwerken, zoals de Van der Knaap Group uit Kwintsheul en Dutch Plantin uit Boekel, onderkennen dat belang al geruime tijd. Samen met enkele collegabedrijven klopten zij in 2023 aan bij het kenniscentrum met het verzoek om voor kokosgrondstoffen een op vergelijkbare principes berustend certificeringsschema en keurmerk op te zetten.

“Dat wilden wij graag oppakken”, zegt Holtkamp. “Uiteindelijk draait het, naast de belangrijke basis van kwaliteit en veiligheid, om verantwoord geproduceerde teeltsubstraten.”

Kick-off en werkgroep
Daarmee was de aanzet voor Responsibly Produced Coir (RPC) voor kokos gegeven. In 2023 vond de kick-off bijeenkomst plaats met meerdere stakeholders. De substraatbranche was uiteraard goed vertegenwoordigd. Ook de overheid en de retail leverden inbreng om relevante duurzaamheidsthema’s en minimale vereisten te benoemen. Daarbij kwamen zowel milieuaspecten als sociale aspecten aan de orde.

Holtkamp: “Een werkgroep heeft de uitgangspunten, criteria en duurzaamheidsindicatoren uitgewerkt tot een certificeringsschema. De conceptversie is vorig jaar voorgelegd aan alle stakeholders. Substraatproducenten en hun ketenpartners, die kokosgrondstoffen verwerken of leveren, houden dit schema aan om het certificaat en RPC-keurmerk te kunnen verwerven. Met het uiteindelijk vastgestelde schema zijn vorig jaar pilots uitgevoerd op verwerkingslocaties in India en Sri Lanka.”

Scope van de certificering
Voor de certificering en toekenning van het RPC-keurmerk is controle en goedkeuring door een erkende auditor een vereiste. Daarvoor is IMO uit India aangewezen. “Het is in meerdere landen actief en goed toegerust voor die taak”, aldus Holtkamp. “Het is handig om met een organisatie te starten die meerdere audits per jaar kan uitvoeren. Desgewenst kunnen er later auditororganisaties bijkomen.”

Ze merkt op dat de substraatsector alleen de husken (de vezelachtige schil) en schillen van kokosnoten gebruikt. “Die blijven over wanneer het vruchtvlees en kokoswater gewonnen zijn. RPC richt zich op het sociaal en milieutechnisch verantwoord verwerken van deze reststromen tot grondstoffen voor substraat. De productie van kokosnoten vindt overwegend kleinschalig plaats en valt buiten de invloedssfeer.”

Meerdere reststromen
Paul Offerman en Koen van den Hurk, beiden werkzaam voor substraatproducenten, maakten deel uit van de werkgroep die het certificeringstraject vorm en inhoud gaf. Offerman maakte in 2020 de overstap van auditororganisatie ECAS naar Van der Knaap Group, waar hij als kwaliteitsmanager verantwoordelijk is voor de kokosgrondstoffen.

“Kokos zit enorm in de lift”, stelt Offerman vast. “Een deel van de grondstoffen die wij toepassen in kokosmatten en in substraatmengsels, komt van onze eigen verwerkingslocaties in India en Sri Lanka. Daar worden de kokoshusken, de vezelachtige schil die overblijft na de verwerking van het vruchtvlees tot kokosolie en kokosmelk, verwerkt. De schillen van de noot worden vermalen tot chips en gruis, die voor ons van belang zijn.”

Cultuurkloof
Een groot deel van die grondstoffen komt ongewassen in containers naar Nederland, waar het voor verwerking alsnog gewassen moet worden om verlost te raken van zouten. “In enkele fabrieken in de landen van herkomst wassen we zelf, maar niet overal”, vervolgt de kokosspecialist en ketenkenner. “Dat waswater dient gezuiverd te worden, dus dat doen we dan ook. In Nederland ligt de lat misschien hoger, maar in India zijn ook wetten en regels van kracht die milieu- en watervervuiling moeten voorkomen. Wij houden ons aan de regels en hebben jaren geleden al een eigen Environment & Sustainability Programma opgezet, dat voldoet aan de SA 8000 normen.

Het gros van de lokale verwerkers is daar nog niet mee bezig. Er is een grote cultuurkloof en de eerste reactie die je krijgt als je RPC ter sprake brengt bij leveranciers, is: ‘Dat gaat ons geld kosten. Ben je bereid om daarvoor te betalen’?”

Omvangrijke branche
“Dat is waar”, zegt Koen van den Hurk van Dutch Plantin. “De kokosketen heeft zijn eigen verhaal en daarom is het goed dat we een producteigen certificeringstraject en keurmerk krijgen. RPC zet de verduurzaming in beweging, maar de Nederlandse substraatbranche is slechts één van de afnemers en niet meer dan een kleine schakel. Alleen in India vertegenwoordigt de kokosbranche al 2 tot 2,5 miljoen hectare teeltareaal en 12 miljoen mensen”, zegt hij relativerend.

“Van de producenten heeft hooguit 95 procent enkele tientallen bomen voor eigen verbruik, een teveel aan noten gaat naar coöperaties en straatverkopers. De husken en schillen worden verbrand of verwerkt in fiber mills. Het is een uitdaging om alle stakeholders te bereiken en mee te krijgen. Dat lukt niet van vandaag op morgen.”

Pensioenregeling
Van den Hurk sluit af met een anekdote over het eigen verduurzamingstraject van Dutch Plantin dat het bedrijf, net als Van der Knaap, al eerder heeft ingezet. Het voorziet onder andere in een pensioenregeling voor lokale medewerkers. “Dat is in India niet vanzelfsprekend”, zegt hij. “Het duurde even voordat het geland was, maar nu zijn onze mensen trots dat ze voor ons werken én iets opbouwen voor hun oude dag. Natuurlijk kost het ons geld, maar het levert de lokale gemeenschap ook echt wat op. Wij lopen misschien voor de muziek uit, maar op termijn straalt dat uit naar andere ketenpartijen. Uiteindelijk zullen we onze gezamenlijke doelstellingen realiseren, dat geloof ik oprecht.”

Bron: Vakblad Onder Glas
www.onderglas.nl
Publicatiedatum: Nr. 4, april 2026
 

Overige berichten

Vitaliteitsweek bij Van der Knaap!

Deze week is de 12e editie van de Nationale Vitaliteitsweek. Ook bij Van der Knaap staat deze week in het teken van vitaliteit. Wij werken we iedere dag aan groei. We ontwikkelen...
23-09-2026
Lees meer

Rondleiding door 'de Kas'

Tijdens een leerzame ochtend hebben onze nieuwe collega’s - als onderdeel van hun onboarding - een rondleiding gekregen door ons innovatiecentrum ‘de Kas’. Op...
30-07-2026
Lees meer

Proeven in innovatiecentrum ‘de Kas’

In Honselersdijk vind je ons innovatiecentrum ‘de Kas’. Hier doen we doorlopend (teelt)proeven in twaalf teeltkassen, een buitenveld en een geavanceerd laboratorium....
27-07-2026
Lees meer